Etiket op orde? 10 praktische tips

10 Tips Etiket (1)

Een goed etiket helpt klanten om een veilige en bewuste keuze te maken. Het voorkomt misverstanden en ondersteunt de traceerbaarheid binnen je bedrijf. Toch zien onze adviseurs tijdens inspecties bij bakkerijen, slagerijen en horecabedrijven regelmatig dat verplichte informatie ontbreekt of niet juist wordt vermeld. Vooral bij allergenen en houdbaarheidsinformatie gaat het nog weleens mis. Met deze tien praktische tips controleer je de belangrijkste onderdelen van je etiketten.

1. Geef het product een duidelijke naam

Gebruik een wettelijke, gebruikelijke of beschrijvende benaming waaruit meteen blijkt om welk product het gaat. Een fantasienaam mag je aanvullend gebruiken, maar vervangt de officiële benaming niet.

2. Zet alle ingrediënten op het etiket

Zet de ingrediënten in aflopende volgorde van gewicht op het etiket. Neem ook de bestanddelen van samengestelde ingrediënten op.

3. Noteer additieven op de juiste manier

Controleer hoe toevoegingsmiddelen in de ingrediëntenlijst staan. Vermeld een additief in principe met de functie die het in het product heeft, gevolgd door de specifieke naam of het E-nummer. Bijvoorbeeld: ‘conserveermiddel (E202)’ of ‘emulgator (lecithinen)’. Neem informatie uit een grondstofspecificatie dus niet zomaar één-op-één over, maar controleer welke vermelding voor het eindproduct nodig is.

4. Laat allergenen duidelijk opvallen

Benadruk de veertien wettelijk vastgestelde allergenen in de ingrediëntenlijst, bijvoorbeeld met vetgedrukte letters, hoofdletters of een andere achtergrond. Controleer hiervoor zowel je recepturen als de actuele specificaties van leveranciers.

5. Geef het percentage van kenmerkende ingrediënten aan

Noem je een ingrediënt in de productnaam of staat het opvallend op de verpakking? Dan moet je vaak ook het gebruikte percentage vermelden. Dit heet kwantitatieve ingrediëntendeclaratie, oftewel KWID. Denk aan aardbeien in aardbeiengebak of rundvlees in een rundvleeskroket.

6. Kies de juiste houdbaarheidsvermelding

Gebruik ‘te gebruiken tot’ voor zeer bederfelijke producten die na de vermelde datum een direct gezondheidsrisico kunnen vormen. Voor andere producten gebruik je ‘ten minste houdbaar tot’. De afkortingen TGT en THT zijn niet toegestaan.

7. Geef concrete bewaar- en gebruiksinstructies

Schrijf duidelijk hoe het product moet worden bewaard, bijvoorbeeld: ‘Gekoeld bewaren bij maximaal 7 °C.’ Vermeld zo nodig ook hoelang het product na opening houdbaar is. Laat de instructies altijd aansluiten op de vastgestelde houdbaarheid.

8. Vermeld de nettohoeveelheid

Benoem altijd de nettohoeveelheid van het product op het etiket. Zo is voor de consument duidelijk hoeveel product de verpakking bevat.

9. Onderbouw claims op je etiket

Zet niet zomaar teksten als ‘suikerarm’, ‘eiwitrijk’, ‘bron van vezels’, ‘ambachtelijk’ of een herkomstclaim op het etiket. Voor voedings- en gezondheidsclaims gelden wettelijke voorwaarden en ook vrijwillige informatie mag niet misleidend zijn. Controleer daarom altijd of je de claim kunt onderbouwen voordat je deze gebruikt.

10. Houd het etiket leesbaar en actueel

Gebruik een goed leesbaar lettertype, voldoende contrast en etiketten die niet gemakkelijk loslaten of onleesbaar worden. Voor verplichte informatie geldt doorgaans een minimale x-hoogte van 1,2 millimeter. Voor kleine verpakkingen bestaan uitzonderingen. Controleer het volledige etiket opnieuw zodra een receptuur, grondstof of leverancier verandert.